Boekrecensies, Lef

Vertel ik het wel of vertel ik het niet? Over omgaan met het stigma op psychische aandoeningen {boekrecensie}

Het zal 2005 geweest zijn, zo ergens rond mijn afstuderen. Met mijn studievrienden ging ik een weekje kamperen op Schier. Een jaar eerder was ik met diezelfde groep vrienden voor het eerst van mijn leven zonder mijn ouders op vakantie geweest. Voor mij een enorme stap. Ik vond het deze tweede keer opnieuw vreselijk spannend om mijn vertrouwde, veilige omgeving te verlaten. Ik hield mezelf maar voor: de eerste keer was alles goed gegaan en ik had het leuk gehad, dus wat kon er misgaan? Nou, voor iemand met ocd, eigenlijk alles. De week eindigde met een dramatische scène in de duinen, vol verwijten van mijn vrienden en gekwetste, radeloze tranen van mij. Terug aan wal heb ik mijn vrienden van de studie nooit meer gezien of gesproken.

Hoe kon het zover komen? Hoe kan het zo misgaan tussen vrienden? Het heeft jaren geduurd voordat ik helder kon zien wat er precies was gebeurd. Nog langer voor ik eerlijk en oprecht kon toegeven dat ik zelf de hand had gehad in wat voor mij voelde als een onmenselijk gebrek aan begrip en compassie. Nu denk ik, was er toen maar een boek geweest als Vertel ik het wel of vertel ik het niet van psychologe Anita Hubner. Dan was die week op Schier misschien heel anders verlopen.

Vertel ik het wel of vertel ik het niet?  – Anita Hubner

Met Vertel ik het wel of vertel ik het wel heeft Anita Hubner, als je het mij vraagt, een onmisbaar hulpboek geschreven voor iedereen die een psychische aandoening heeft, of heeft gehad. En dat zijn nogal wat mensen. Bijna de helft van alle Nederlanders krijgt in zijn of haar leven wel een keer last van psychische klachten zoals depressie, angsten, posttraumatische stressstoornis, een psychose of borderline. Toch voelt het voor mensen met psychische klachten vaak alsof zij de enige in hun omgeving zijn die dat hebben. Erover praten doen we niet en we doen liever zoveel mogelijk alsof alles ok is.

Stigma in cijfers

Dat is niet zo ‘gek’. Zoals Hubner laat zien, is de vrees voor onbegrip, afwijzing en zelfs discriminatie door de omgeving een reële angst. Zeven op de tien mensen met een psychische aandoening ervaren vooroordelen of discriminatie, vier op de vijf heeft daardoor geen betaalde baan en de helft durft geen intieme relaties aan te gaan.

Dat is nogal wat en Hubner bagatelliseert deze realiteit  – en de impact die dit op mensen met een aandoening heeft – niet. Veel mensen met een psychische aandoening zijn de vooroordelen vanuit de maatschappij zelf gaan geloven. Hubner geeft in haar boek concrete tips en adviezen over het omgaan met het stigma op psychische aandoeningen. Haar boodschap is hoopvol en inspirerend, niet alleen voor mensen met psychische klachten, maar ook voor hun naasten en hulpverleners (Hubner wijdt een apart hoofdstuk aan stigmatisering in de ggz en hoe hulpverleners daar zelf wat aan kunnen doen!).

Omgaan met stigma op psychische aandoeningen

Over mensen met een psychische aandoening bestaan nogal wat vooroordelen. Anita Hubner weet daar persoonlijk alles van. Toen ze 21 jaar was, kreeg ze voor het eerst een psychose. Haar psychiater zei haar dat ze haar studie nu wel kon vergeten. Beter was het om begeleid te gaan wonen en zich te richten op vrijwilligerswerk, want: ‘Wie eenmaal een psychose heeft gehad, wordt nooit meer beter’, aldus die psychiater. Ze heeft niet naar hem geluisterd en maar goed ook.

Weliswaar kreeg Hubner nog twee keer een psychose en moest ze daarvoor (gedwongen) worden opgenomen, dit heeft haar er niet van weerhouden om haar opleiding Klinische Psychologie met glans af te ronden. Ze werkt nu ruim 20 jaar als psycholoog, heeft een eigen adviesbureau, maakt zich publiekelijk sterk om het stigma en taboe op psychische aandoeningen in de maatschappij terug te dringen en heeft nu dus haar eerste boek geschreven.

Op psychische aandoeningen rust in de maatschappij dus nog een groot taboe. Waarom zou je überhaupt dan nog overwegen om ervoor uit te komen dat je psychische klachten hebt?

Omdat, zoals Hubner heel terecht opmerkt, jij – met of zonder psychische aandoening – net als iedereen het recht hebt om een leven te leiden zoals jij dat wilt. Waarbij je je niet gedwongen hoeft te voelen iets te verzwijgen óf te vertellen wanneer je dat niet wilt.

Jouw leven, jouw keuze.

Open zijn over psychische klachten, ja of nee?

Met mijn blog Miss Deadline is het vanaf het eerste moment mijn missie geweest om het taboe op psychische aandoeningen te doorbreken. Dat doe ik door open en eerlijk over mijn eigen ervaringen met obsessieve-compulsieve dwangstoornis (ocd), angst, depressie en chronische vermoeidheid te schrijven.

Ik geloof dat openheid over psychische klachten enorm belangrijk is. Open zijn over welke klachten je hebt of hebt gehad is de eerste stap naar wederzijds begrip en kan daarmee veel onnodig leed en conflict voorkomen. Maar, ik ben de eerste die erkent dat het daarmee nog niet zo makkelijk is om over je psychische klachten te vertellen.

En ik weet ook uit ervaring, zoals ik hierboven al uit de doeken deed, dat de reacties uit je omgeving niet altijd leuk en begripvol zijn. De terughoudendheid van veel mensen om over hun depressie, angststoornis of psychiatrische klachten te vertellen snap ik dan ook goed.

Na het lezen van Anita Hubners boek wil ik mijn missieboodschap dan ook nuanceren:

Openheid over psychische klachten is niet iets wat moet, maar wat mógelijk moet zijn!

Niemand zou zich gedwongen moeten voelen om een belangrijk deel van zijn of haar leven te verzwijgen, uit angst voor botte reacties, afwijzing of erger. En iedereen zou vrij moeten zijn om zelf te bepalen, wat ze willen delen, met wie, en hoe.

En dat is precies wat ik zo geweldig vind aan dit boek: Hubner dringt je niets op. Jij bepaalt en je bent niemand iets verplicht!

Jij bepaalt wat, aan wie, wanneer en hoe je vertelt over je psychische aandoening

Hubner probeert je niet over te halen om over je klachten te praten. Ook waarschuwt ze niet – zoals haarzelf vaak is overkomen – dat het verstandiger is om je klachten te verzwijgen. Keer op keer benadrukt ze dat het helemaal aan jou is en dat er geen goed of fout bestaat in deze kwestie. Je moet vooral doen wat bij jou past en wat voor jou goed voelt. Ervoor kiezen om niet te vertellen dat je klachten hebt, is ook een beslissing.

Met haar boek wil Hubner er alleen voor zorgen dat die beslissing niet uit angst is maar een bewuste keuze. Een keuze die past bij wie jij bent en wat jij belangrijk vindt. Met inzichtelijke vragen, praktijkvoorbeelden uit haar eigen leven en dat van anderen en concrete kennis uit wetenschappelijk onderzoek laat ze je stap voor stap zien hoe jij, op je eigen manier, kunt omgaan met stigma op psychische aandoeningen.

Kortom, ze helpt je om jouw antwoord te vinden op de vraag: Vertel ik het wel of vertel ik het niet?

Driestappenplan voor wel of niet open zijn over psychische klachten

Hoe maak je dan die weloverwogen keuze? Daarvoor geeft Hubner een praktisch en duidelijk driestappenplan dat gebaseerd is op de Honest Open Proud-methode (HOP) van Patrick Corrigan, hoogleraar Psychologie aan het Illinois Institute of Technology. De stichting Samen Sterk zonder Stigma heeft deze training naar Nederland gehaald en leidt mensen op in het verzorgen van HOP-trainingen.

In het kort bestaat de methode uit de volgende stappen:

  1. de voor- en nadelen op de korte en lange termijn vaststellen
  2. besluiten in hoeverre je openheid geeft en hoe je dat wilt doen
  3. weten wat de do’s en don’ts zijn bij het eventueel vertellen van je verhaal

Helder, gestructureerd en duidelijk stelt Hubner vragen die je helpen bij het maken van je eigen afwegingen. Ook geeft ze praktijkvoorbeelden om te laten zien hoe een keuze kan uitpakken. In de eerste plaats haar eigen verhaal.

De voorbeelden die Hubner geeft uit haar eigen leven en dat van anderen, helpen je op weg om voor jezelf op een rijtje te krijgen wat de mogelijke voor- en nadelen zijn. Zoals opluchting dat je niets meer hoeft te verbergen of het risico dat erover je geroddeld wordt. Daarna geeft ze veel tips en voorbeelden voor het vertellen van je verhaal. Hoe verwoord je precies wat je hebt, wat zeg je wel en wat niet? Die concrete voorbeelden waren voor mij persoonlijk erg waardevol, want de juiste woorden vinden is nog best lastig.

Daarbij maakt Hubner ook goed duidelijk dat deze keuze niet voor eens en altijd vast hoeft te blijven staan. Wat je vertelt, aan wie, wanneer en hoe, kan per situatie verschillen. Na het doornemen van het stappenplan, herhaalt ze de methode nog eens voor specifieke situaties op het werk en in sociale situaties zoals bij de kapper of tijdens het daten.

Stigma, psychische problemen en werk – een apart hoofdstuk

Het hoofdstuk over werk is het enige hoofdstuk waarin Hubner toch lijkt aan te dringen op het verzwijgen van psychische aandoeningen. Ze haalt hoogleraar Evelien Brouwers van de Universiteit Tilburg aan die na onderzoek concludeert dat het verstandiger is om bij een sollicitatie niets te zeggen over psychische klachten. Zeker als je psychische problemen niet van invloed (zullen) zijn op je werkzaamheden. Als je het wel vertelt tijdens je sollicitatie is de kans dat je wordt aangenomen vrij klein, blijkt uit Brouwers’ onderzoek.

Hier voelde ik me toch even teleurgesteld in Hubner. Is dit niet juist een reden om wél te praten over psychische klachten? Zo verandert er toch nooit iets! Dat er zoveel terughoudendheid bestaat om mensen met psychische aandoeningen in dienst te nemen, is al verdrietig genoeg. Daar moeten we ons toch niet bij neerleggen?

Het deed me denken aan die keer dat ik belde met een recruiter, nog maar een jaar geleden. Hij vroeg me of ik ambitieus was. Ik zei: “In zekere zin wel”, en vertelde vol trots hoe ik mezelf letterlijk uit de Wajong gewerkt heb. De recruiter reageerde positief en complimenteus… om daar direct aan toe te voegen dat ik dat op sollicitaties beter niet kan vertellen. Daarmee zou ik geen sterke indruk maken. Nu ik het schrijf, voel ik me nog verontwaardigd. Maar had hij ergens een punt?

Ik flap er vaak zo uit dat ik een dwangstoornis heb of last van angsten. Dat is hoe ik ben en doordat het bij mij past, pakt het meestal ook goed uit. Maar ik weet nog goed hoe frustrerend ik het vond dat mijn directe leidinggevende zich ongevraagd als mijn maatschappelijk werkster opstelde. Hoe ze me vaak betuttelde. Hoe ze altijd direct aannam dat het iets met mijn psychische klachten van doen had als ik een keer mijn dag niet had. Alsof ‘normale’ mensen nooit eens een sofdag hebben!

Nu weet ik dat ik haar gedrag voor een groot deel zelf in de hand heb gewerkt. Onbewust beschouwde ik mezelf nog als slachtoffer van mijn psychische aandoening. Ik hengelde naar de troost, bemoediging en steun die ik mijzelf niet kon geven door te proberen sympathie te wekken met mijn verhaal over mijn angsten en depressie.

Bij mijn volgende baan vertelde ik pas veel later over mijn dwangstoornis (overigens wel geheel in mijn eigen stijl: tussen neus en lippen door). Het was een grote opluchting om eindelijk helemaal mezelf te kunnen zijn!

Maar ik merkte ook iets anders op. Mijn collega’s en leidinggevende hadden mij altijd als een volwaardig werknemer behandeld, heel anders dan ik gewend was op mijn vorige baan. Nu ze wisten van mijn klachten, veranderde dat NIET! Ik had hen (en daardoor mijzelf) de kans gegeven te zien wat ik kan, zonder dat dat beeld vertroebelt kon raken door vooroordelen. Toen ik het vertelde, versterkte dat de persoonlijke relaties met mijn collega’s, maar professioneel bleven ze hetzelfde van mij vragen en verwachten omdat ze wisten dat dáár het probleem niet lag.

Misschien hebben Evelien Brouwers, Anita Hubner en mijn recruiter dan toch gelijk. Timing is everything. Maar ik moet wel zeggen dat ik blij was dat Hubner aan het slot van het hoofdstuk zegt:

Het allerbelangrijkst bij deze keuze is wat jij zelf wilt. Besef dat je de uitkomst van je openheid niet in de hand hebt, maar doe wel wat voor jou het prettigst voelt.

Zo heeft ze zelf tijdens een sollicitatie ‘gewoon’ verteld dat ze een bipolaire stoornis heeft. En ze werd aangenomen!

Negatieve reacties en afwijzing bij openheid over klachten

Nog even terug naar Schiermonnikoog. Had ik die traumatische implosie van vriendschap en begrip in de duinen kunnen voorkomen als ik dit boek had gelezen? Misschien, maar dat is nooit met zekerheid te zeggen. Het doorlopen van het driestappenplan is geen garantie dat je nooit meer nare ervaringen zult hebben. Of je nu vertelt over je klachten of niet.

Als je besluit open te zijn, kun je een negatieve reactie krijgen, ook al heb je je verhaal nog zo goed voorbereidt. Kies je ervoor om niets te vertellen, dan kun je nog steeds te maken krijgen met vervelende reacties. Sommige aandoeningen zijn nu eenmaal niet zo makkelijk te verbergen en mensen kunnen naar reageren als ze niet begrijpen waarom je doet zoals je doet.

Foto van duinen ter illustratie, foto door Melk Hagelslag op Pixabay

Hubner wijst er heel terecht op dat je de reacties van anderen niet in de hand hebt. Je bent ook niet verantwoordelijk voor hoe anderen zich gedragen of reageren. Je kunt de kans op begrip wel vergroten door goed na te denken over je keuze en je voor te bereiden op mogelijke reacties. Hubner geeft in haar boek adviezen voor hoe je kunt oefenen met het ontvangen van reacties (negatief én positief).

Daar wil ik zelf nog aan toevoegen dat dit hele keuzeproces pas mogelijk is als je van jezelf weet en accepteert dat je een psychische aandoening hebt.

Op het moment dat ik met mijn toenmalige vrienden naar Schier vertrok, was ik nog maar net in therapie. Ik wist dat er ‘iets mis’ was waar ik hulp bij nodig had, maar dat was het dan ook. Lange tijd had ik gedacht dat ik gewoon anders, raar en zwak was. Hoewel ik er tegelijkertijd totaal geen voorstelling van had hoe het is om je niet voortdurend een angstig, uitgeput en bedreigd te voelen. Dit was mijn normaal. Het idee dat ik een aandoening had waarvan de symptomen beschreven staan in de DSM was nog niet bij mij doorgedrongen. Ik begreep nog niets van wat ik dacht en voelde. Laat staan dat ik de woorden had om dat aan anderen uit te leggen. Het onbegrip in de duinen was in die zin onvermijdelijk. Zij begrepen mij niet, maar ik begreep hen ook niet. Ik voelde me vreselijk gekwetst omdat ik me niet kon voorstellen dat mijn dwangmatige en angstige gedrag bij mijn vrienden iets anders kop opwekken dan compassie.

Voordat je begrip van anderen kunt verwachten, moet er eerst zelfbewustzijn en zelfbegrip zijn.

Leeswijzer voor Vertel ik het wel of vertel ik het niet

Eerder besprak ik Anita Hubners boek al in de podcast van boekhandel Van der Velde. Daarin zeg ik onder meer dat je “er zo doorheen bent”, die 176 bladzijden die het boek telt. Maar op die uitspraak kom ik terug. Ja, als je in een keer doorleest, heb je het zo uit. Hubner schrijft zeer duidelijk en gestructureerd. Soms is haar schrijfstijl wat droog en merk je dat ze gewend is academische artikelen te schrijven. Maar doordat ze ook veel persoonlijke ervaringen deelt, leest het boek vlot.

Ik raad echter niet aan om het boek in een ruk uit te lezen. Je hebt er veel meer aan om elk hoofdstuk eerst op je te laten inwerken voor je verder leest. En om de tijd te nemen voor de vragen en oefeningen die ze biedt. Zelf heb ik er uiteindelijk een maand over gedaan om het boek te lezen en ging er een heel pakje markeerstickers doorheen omdat er zoveel in staat wat ik nog vaker wil herlezen. Ook kan het van grote waarde zijn om de opdrachten niet alleen te doen, maar ze met een naaste of hulpverlener te bespreken.

Luister hier naar de Van der Velde Boeken-podcast waarin ik Vertel ik het wel of vertel ik het niet bespreek (vanaf minuut 14:00):

Ik dank Boom uitgevers voor het recensie-exemplaar dat ik via mijn werk heb mogen lezen. Deze recensie is niet gesponsord en bevat ook geen affiliate links. Ik krijg geen geld voor mijn bespreking van het boek en mijn mening is volledig mijn eigen.

1 thought on “Vertel ik het wel of vertel ik het niet? Over omgaan met het stigma op psychische aandoeningen {boekrecensie}

  1. Wat heftig dat die ene psychiater zei dat ze nooit meer een studie zou kunnen afronden. Ook met psychiatrische klachten kun je met de juiste hulp mee draaien in de maatschappij. Wel moet je de juiste hulp en mensen om je heen treffen, maar je kunt, met vallen en opstaan soms, gewoon mee blijven doen!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.