Ontboezemingen

Vergeten te rouwen, voortdurend verdriet – over de warboel aan weemoed om verlies en de verjaardag van mijn katjes

 

Vandaag zou Jude jarig zijn geweest, samen met haar broer. 14 jaar, ook net als haar broer. In mensenjaren al een voorname leeftijd die je bij Morris begint te merken; wat strammer en langzamer door de (pijnlijke) artrose en niet meer zo speels en actief. Van Jude dacht ik juist dat ze nog jaren haar energieke zelf zou zijn, waarschijnlijk tot wanhoop van haar broer. Maar die lelijke, nare ziekte stak daar plots een stokje voor.

Een basaalcelcarcinoom onder de tong belemmerde mijn verder nog zo gezonde, kwieke, vrolijke meisje om te eten. Je wilde wel maar lukte niet meer. Niet dat ze zich daar uit het veld liet slaan. Zelfs in haar laatste dagen kwam ze nog op een drafje achter me aan getrippeld. En zette mij daarmee op het verkeerde been. Hield mijn hoop in stand zodat ik de waarheid uit mijn gezichtsveld kon weren.

Je had pijn, hè meisje? Heel veel pijn. Maar dat liet je niet zien. Of jawel, op het laatst wel en als ik heel eerlijk ben en terugdenk dan zag ik dat ook wel. Maar ik zag ook heel veel ‘bewijs’ dat het toch nog wel even ging. De Kerst zouden we toch nog wel halen?

Ik had je veel eerder moeten laten gaan, hè meisje? Je verlossen voordat het lijden werd. Maar ik was nog te bang om je te missen. Niet bereid om mezelf dat verdriet te doen. Ik klampte me dus vast aan ieder bedrieglijk halmpje hoop dat ik kon vinden.

God, wat voel ik me nu schuldig. Egoïstisch mens.

En God, wat is het allemaal oneerlijk. Zo’n mooi, lief, puur wezentje. Waarom zo’n wreed eind?

Rouwen zou bestaan uit 5 fasen – ontkenning, boosheid, onderhandelen, verdriet & acceptatie – maar dit model pychiater Kübler-Ross blijkt voor een belangrijk deel verkeerd begrepen. Want anders dan het woord ‘fase’ doet vermoeden is het rouwproces geen game waarbij je van het ene level opschaalt naar het volgende om tenslotte in een ‘final battle’ het spel uit te spelen. Klaar, verwerkt, dat was dat. Rouwen is een warboel van emoties, tegelijk, door elkaar heen, herhalend en alle kanten uitschietend. Troebel, verwarrend, van dag tot dag verschillend en voor iedereen weer anders. Of dat nu om het verlies van een dierbare, gezondheid, een baan of relatie, een droom of… een geliefd huisdier is. Al deze aanleidingen kunnen heftig zijn en zijn allemaal even echt en terecht.

Ik begon mijn rouw al ver voor het overlijden van Jude. Met angst voor het onvermijdelijke verdriet en boosheid over mijn machteloosheid en de wreedheid die mijn meisje te wachten stond, maar waar ze gelukkig geen idee van had. Acceptatie kwam in een flits die door mijn blinde hoop en ontkenning stak: nu is het moment daar, ze kan niet meer. Een oerverdriet kwam vrij toen het leven uit haar lichaampje gleed en mijn hart brak. Gevolgd door een dag vol eerbied en liefde terwijl ik bij haar waakte. En daarna opluchting: het was voorbij – haar pijn, mijn vertwijfeling en onmacht. In die eerste dagen daarna was ik zelfs vrolijk en kon ik lachen, tussen de snotterende huilbuien door. Tot mijn eigen verbazing wende het snel; één in plaats van twee katjes in huis. Geen dwingelandje meer die me om 11 uur ‘s avonds naar bed dreef. En dat ik nu nog maar één kattenbak hoef schoon te maken is ook wel makkelijk.

Op den duur begon ik het hevige verdriet te missen. Ik, die elke treurige film weigert te kijken uit angst een huilbui te krijgen, ging op zoek naar tranen. Mijn meisje verdient een zorgvuldig herinneren. Een ritueel. Ook om te voorkomen dat emoties te vroeg zinken en zonder eerst goed te zijn schoongespoeld met zout water in de bodem te zakken om daar te gaan etteren. Een kaarsje branden, foto’s verzamelen in een collage, schrijven over Jude, lezen over rouw.

Maar ook groeide het schuldgevoel. Om wat ik allemaal anders, beter had moeten doen. Om wat Morris nu allemaal wel heeft, krijgt, zal hebben en zij niet.

En schaamte. Schaamte om mijn emotionele evenwichtsloosheid, mijn paniek en verdriet, om mijn naïviteit en kinderlijke boosheid waarin ik wild om me heen sla. Om mijn ontrafeling en ontreddering waardoor mijn rouw als een amateuristisch geknutselde vuurwerkbom haar vonken in onvoorspelbare richtingen spuwt en op onbedoelde plekken brandwonden veroorzaakt.

Er gaat geen dag voorbij waarop ik niet aan Jude denk. Waarop ik niet even haar typerende mrrwwww-geluidje oefen in mijn hoofd en me haar verbaasde blik voor de geest haal.

En toch vergeet ik zomaar op haar 4e sterfdag een kaarsje aan te steken. Vind ik het telkens te vermoeiend om de foto’s in te plakken of er gewoon voor te gaan zitten om aan haar te denken. Het went.

Tot ik bij mijn ouders kom, bij wie je lijfje in de tuin ligt begraven. Haar naam op het steentje is niet helemaal meer goed te zien omdat een van de vele vogeltjes  – vast zo’n eigenzinnig roodborstje – precies daar heeft zitten nagenieten van zijn maaltje zonnebloempitten met pindakaas. De door mijn moeder geplante kerstrozen verdringen zich om aandacht van de zon en trekken zo een verhullende haag op om haar grafje. Ik sta daar terwijl de regen door de magnolia drupt en begin zelf opeens ook te druppen met een vertrokken gezicht en mijn armen om me mijn borst geslagen waar het zeer doet. Ik zou op mijn knieën willen vallen om haar met mijn blote handen uit de rotte aarde te graven. Kom terug! Kom alsjeblieft terug! Ik wil je zo graag in mijn armen houden.

Ik ben geloof ik vanaf jongs af aan een agnost geweest. Nooit heb ik echt in een hiernamaals of een leven na de dood gelooft. Maar stel dat toch? Dat het leven zomaar ophoudt als een elektriciteitskastje waarvan de draden zijn doorgebrand. Nee, die vonk moet toch ergens heen zijn gegaan? Soms lijkt het alsof Morris het vonkje van Jude heeft overgenomen. Of ik wil dat geloven. Hij kan nu net zo’n dwingelandje zijn als mijn kleine diva altijd was.

Voor nu hoop ik dat mijn gedachten en mijn liefde haar nog ergens bereiken. Dat ze me vergeven kan. En dat ik haar ooit weer mag knuffelen.

Bye Jude


Kattenbelletje voor de jarige

Lieve Morris,

Vandaag ben je 14 geworden. Een heertje op leeftijd maar stiekem nog altijd mijn jongetje. Deze verjaardag kan ik moeilijk anders zien als de eerste verjaardag zonder je zusje, maar is des te meer reden om juist los van dat verlies je nieuwe levensjaar te vieren. In het begin waren we immers ook met z’n tweetjes, jij en ik, en je bent altijd mijn kleine heilzame held gebleven.

Je kon je zusje niet uitstaan en dulde haar eigenlijk niet in je territorium. Dagelijks moest je haar de woonkamer uitjagen of te grazen nemen. Je zusje, zonder wie je je nu toch een beetje alleen lijkt te voelen. Wiens gedrag je wonderbaarlijk genoeg lijkt te hebben overgenomen. Soort van. Waar zij me elke avond naar bed stuurde, kom jij me telkens úit bed roepen met een dwingend gemauw dat verbluffend bekend klinkt.

Je kon het niet hebben als ze zich toch elke dag opnieuw in jouw gebied waagde, maar vermijdt nu eerbiedig haar ‘vleugel’ van het huis. Eem blik in de richting en dagelijks een schuchtere inspectieronde uit plichtsbesef, maar meer ook niet.

En ook nu weer voel je haarfijn aan wanneer ik troost en nabijheid nodig heb. Juist op haar 5e sterfdag, nu de rouw die vergeten leek weer aanwakkert, doe je iets wat je anders nooit doet: je staat opeens op en springt vastbesloten op de bank. Niet om in de buurt van mijn benen te gaan liggen (wat je heel soms doet) of in het holletje van mijn knieën op te krullen (nog zeldzamer), maar om je languit op mijn borst en heup te gaan liggen. Met je billen in mijn gezicht geparkeerd, dat dan wel, maar toch.

Uren slapen we zo samen op de bank en ik ben je zo dankbaar. Warm, helend kattengebrom dat je binnenste doet trillen, er bestaat geen beter medicijn tegen hartzeer. Een uniek moment met jou dat ik niet zal vergeten.

Ook naar jou voel ik me schuldig: om de uren die ik je alleen moet laten, omdat ik het niet in me heb met je te spelen, omdat je het nog steeds met een balkon moet doen in plaats van de tuin en verdere vrijheid zoals ik je had beloofd.

En toch voel ik me door jou alleen maar geliefd en gewenst. Kopstootjes, lome knipoogjes en een staart die als een vraagteken voor me uit marcheert op weg naar de balkondeur. Hoe jij toch altijd aanvoelt als het niet goed met me gaat, hoe jij me dwong mijn ocd-rituelen te overwinnen (maar eerlijk is eerlijk, hoe mijn angst om je kwijt te raken tegelijk de grootste ocd-trigger werd), hoe jij acuut een glimlach op mijn gezicht tovert als ik je in het bovenraam zie wachten ongeacht wat er verder speelt…

Morris, je bent de leukste, liefste, grappigste, knapste man die ik ooit ontmoette met de mooiste ogen en fluweelzacht haar. Jij mag me letterlijk altijd wakker maken en ik zal je altijd met teveel koekjes blijven verwennen. Altijd.

Love you very Morrie

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.